Welke kant ging het op met de rendementen de afgelopen maand? En hoe deden onze fondsen en modelportefeuilles het? Met ons maandelijkse beleggingsbericht bent u weer helemaal op de hoogte.
De aandelenfondsen
Juli was een maand met twee gezichten op de aandelenmarkt. Beleggers kregen te maken met tegenstrijdige signalen over de economie, de inflatie en de rente. Ook laaide het conflict in het Midden-Oosten voor de zoveelste keer op. Dat zorgde voor onrust en duidelijke verschillen tussen regio’s en sectoren.
In de eerste helft van de maand leken de economische cijfers uit Amerika en Europa nog enige rust te brengen. De inflatie steeg ten opzichte van een jaar eerder minder hard dan in mei nog het geval was.
Ook werd in juli bekendgemaakt dat er in juni relatief weinig banen bijkwamen in Amerika. Dat kan erop wijzen dat de Amerikaanse arbeidsmarkt afkoelt. Voor mensen die werk zoeken, is dat geen goed nieuws. Dat kan voor de Amerikaanse centrale bank een reden zijn om de rente op termijn te verlagen. Voor aandelenkoersen is dat doorgaans een gunstig vooruitzicht.
In de tweede helft van juli veranderde de stemming. De wapenstilstand tussen Amerika en Iran hield geen stand en de strijd laaide opnieuw op. Daardoor namen de zorgen over de wereldwijde olieaanvoer toe en steeg de olieprijs opnieuw. Hogere energieprijzen kunnen de inflatie aanwakkeren en renteverlagingen minder waarschijnlijk maken. Dat vooruitzicht is doorgaans ongunstig voor aandelenmarkten.
Technologiebedrijven hadden het lastig in juli. Beleggers stelden opnieuw vragen over de grote bedragen die bedrijven investeren in kunstmatige intelligentie. Vooral Zuid-Koreaanse chipbedrijven stonden onder druk. Dat was ook merkbaar in het BND Emerging Markets Indexfonds. Het fonds werd daarmee in juli een grote daler met een rendement van -3,40%, ondanks een opleving op de laatste dag na positieve resultaten van Amerikaanse techbedrijven (die veel van die Zuid-Koreaanse chips inkopen).
Dat het beursklimaat in juli tegenviel, zagen we terug in de rendementen van de meeste van onze aandelenfondsen. De rendementen liepen uiteen van -3,71% voor het BND Small Cap Wereld Indexfonds tot 1,83% voor het BND Pacific Indexfonds.

De obligatiefondsen
Ook voor onze obligatiefondsen was juli een lastige maand. Dat kwam vooral doordat de rente op de obligatiemarkt steeg. De lagere inflatiecijfers in Amerika en Europa leken aan het begin van de maand nog gunstig voor obligaties.
Maar door de stijgende olieprijs nam de onzekerheid over de verdere ontwikkeling van de inflatie toe. Centrale banken moesten daardoor verschillende signalen tegen elkaar afwegen: een afkoelende arbeidsmarkt en lagere inflatiecijfers aan de ene kant, en hogere energieprijzen aan de andere kant. Uiteindelijk koos de Amerikaanse centrale bank ervoor om de rente gelijk te houden.
De Europese Centrale Bank bleef voorzichtig. De centrale bank liet de rente op 23 juli ongewijzigd en benadrukte de onzekerheid rond de energieprijzen en inflatie. De rente op langlopende staatsobligaties liep daardoor verder op.
Een stijgende marktrente is meestal ongunstig voor bestaande obligaties. Nieuwe obligaties worden dan uitgegeven met een hogere rentevergoeding. Bestaande obligaties met een lagere vaste rente worden zo minder aantrekkelijk en dalen vervolgens meestal in waarde.
Obligaties met een lange looptijd reageren sterker op renteveranderingen dan obligaties met een korte looptijd. Zij zitten namelijk langer vast aan de eerder afgesproken rentevergoeding.
Dat verschil was in juli goed zichtbaar. Het BND Euro Staatsobligatie Indexfonds Lang behaalde een rendement van -4,36%. Dit fonds belegt in obligaties met een looptijd van twintig jaar of langer.
Het BND Euro Staatsobligatie Indexfonds Kort belegt juist in obligaties met een relatief korte resterende looptijd. Dit fonds bleef met een rendement van -0,24% een stuk stabieler.
Het BND Euro Staatsobligatie Indexfonds Inflatie hield het beste stand, met een rendement van -0,08%. De waardeontwikkeling van de obligaties in dit fonds is mede gekoppeld aan de inflatie. Daardoor kunnen deze obligaties enig tegenwicht bieden als de inflatieverwachtingen oplopen.
De rendementen van onze obligatiefondsen liepen uiteen van -4,36% tot -0,08%.

De modelportefeuilles
De rendementen van de modelportefeuilles worden bepaald door de aandelen- en obligatiefondsen waarin zij beleggen. Een offensievere modelportefeuille belegt een groter deel in aandelen. Een defensievere portefeuille bevat juist meer obligaties. Als aandelen in een maand sterker dalen dan obligaties, hebben de offensievere portefeuilles daar meestal meer last van. Het omgekeerde kan natuurlijk ook gebeuren. De reguliere modelportefeuilles behaalden rendementen tussen -1,44% en -1,37%. De groene modelportefeuilles liepen uiteen van -1,47% tot -1,11%.

Laat u niet leiden door beursschommelingen
De beurs ging de afgelopen maand dus overwegend niet onze favoriete kant op. Maar laat u ook niet gek maken. Het is niet onze bedoeling dat u op basis van de beursberichten minder of meer gaat beleggen. Uw plan is nog steeds: op de lange termijn een mooi rendement behalen. Probeer daarom zo lang mogelijk met uw vingers van uw beleggingen af te blijven.
Uw rendement kan er iets anders uitzien
Hierboven ziet u de rendementen voor de volledige maand juli. Bent u in de tussentijd in- of uitgestapt, heeft u bijgestort of een bedrag opgenomen, is uw risico automatisch afgebouwd of is er in de tussentijd iets veranderd aan uw beleggingen? Dan kan uw rendement afwijken van de getoonde cijfers.
De risico’s van beleggen
Risicoloos beleggen bestaat natuurlijk niet en u kunt een deel van uw inleg verliezen. Lees meer over de risico’s en hoe u die kunt beperken.
