De pensioensituatie van Bart
In deze serie laten we zien hoe pensioenopbouw er in verschillende situaties uit kan zien. Met herkenbare voorbeelden van mensen met verschillende afwegingen, wensen en keuzes. Deze keer kijken we mee met Bart (40).
Wie is Bart?
Bart is 40 jaar en runt als zzp’er een eigen marketingbureau. Hij verdient € 80.000 per jaar en bouwt geen pensioen op via een werkgever. Wanneer Bart op zijn 68e met pensioen gaat, verwacht hij ongeveer € 15.000 per jaar aan pensioen, inclusief AOW. Dat is zo’n € 1.250 per maand. Bart wil later niet alleen afhankelijk zijn van AOW. Daarom wil hij onderzoeken wat hij nu moet doen om later ongeveer € 2.000 netto per maand extra te hebben.
Om later € 2.000 netto per maand extra te ontvangen, is ongeveer € 480.000 netto kapitaal nodig. Wij rekenden uit wat voordeliger is: opbouwen via pensioenbeleggen of via een gewone beleggingsrekening?
In het kort: wat is in de situatie van Bart voordeliger?
Voor Bart is pensioenbeleggen in deze situatie voordeliger dan beleggen in box 3. Om later € 2.000 netto per maand extra te krijgen, moet hij met pensioenbeleggen nu ongeveer € 621 netto per maand inleggen. Via een gewone beleggingsrekening is dat € 1.081 netto per maand. Pensioenbeleggen is in dit voorbeeld dus € 460 per maand voordeliger.
Dat verschil ontstaat vooral door de belastingregels en het moment waarop belasting wordt betaald. Bij pensioenbeleggen mag Bart zijn inleg aftrekken van zijn inkomen in box 1, zolang die binnen zijn jaarruimte past. Daardoor is zijn netto inleg nu lager. Tijdens de opbouw telt dit vermogen bovendien niet mee in box 3. Later betaalt hij wel inkomstenbelasting over de uitkeringen. Bij beleggen in box 3 krijgt Bart geen belastingaftrek. Zijn inleg komt dan volledig uit zijn netto-inkomen. Daarnaast moet Bart tussentijds vermogensrendementsheffing betalen in box 3. Die verlaagt het effectieve rendement van de beleggingsrekening. Het geld blijft wel vrij beschikbaar.
Optie 1: pensioenbeleggen
Kiest Bart voor pensioenbeleggen, dan mag hij zijn inleg binnen zijn jaarruimte aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Met zijn inkomen valt hij gedeeltelijk in de hoogste belastingschijf: 49,50% in 2026.
Om zijn doel te bereiken moet Bart bruto € 1.077 per maand inleggen. Door de belastingaftrek kost hem dat netto ongeveer € 621 per maand. Dat komt doordat hij een deel van de inleg terugkrijgt via zijn belastingaangifte. Zijn belastbaar inkomen wordt daardoor lager. Daardoor betaalt hij minder inkomstenbelasting en kan hij ook iets meer heffingskorting krijgen.
Tijdens de opbouw betaalt Bart hierover geen vermogensrendementsheffing in box 3. Later betaalt hij wél inkomstenbelasting over de uitkeringen. De uitkeringen uit de pensioenrekening komen later boven op Bart zijn verwachte pensioeninkomen van € 15.000 per jaar. Daarover betaalt hij dan inkomstenbelasting in box 1 volgens de tarieven die op dat moment gelden.
Onder de tarieven van 2026 zou voor AOW-gerechtigden over de eerste € 38.883 een tarief van 17,85% gelden en over het meerdere tot € 78.426 een tarief van 37,56%. De precieze belasting op pensioendatum kan dus anders uitpakken, maar het principe blijft gelijk: nu krijgt Bart belastingvoordeel, later betaalt hij belasting over de uitkeringen.
Optie 2: Via een beleggingsrekening
Belegt Bart via een gewone beleggingsrekening, dan krijgt hij geen belastingaftrek. Voor hetzelfde doel moet hij € 1.081 netto per maand inleggen. Het geld blijft flexibel beschikbaar. Vermogensrendementsheffing wordt betaald vanuit het geld op de beleggingsrekening. Hierdoor wordt het effectieve rendement van de beleggingsrekening verminderd van 4,30% per jaar naar zo’n 2,13% per jaar. Omdat het verwachte nettorendement lager is, moet Bart een hogere maandelijkse inleg doen om hetzelfde doel te bereiken.
Waar zit het verschil?
Het verschil zit vooral in de timing van belasting en in het effect van box 3-heffing tijdens de opbouw. Bij pensioenbeleggen krijgt Bart nu belastingvoordeel via box 1, maar betaalt hij later mogelijk tegen een lager tarief inkomstenbelasting over de uitkeringen. Bij beleggen in box 3 krijgt hij nu geen aftrek. Daarnaast moet Bart óók vermogensrendementsheffing betalen. Daardoor daalt het effectieve rendement in box 3 en is een hogere netto inleg nodig om hetzelfde doel te bereiken.
| Pensioenbeleggen | Beleggen via een beleggingsrekening | |
|---|---|---|
| Doel | € 2.000 netto per maand extra pensioen | € 2.000 netto per maand extra pensioen |
| Benodigd kaptiaal op pensioendatum | circa € 480.000 | circa € 480.000 |
| Effectief rendement tijdens opbouw | 4,30% per jaar | 2,13% per jaar |
| Netto inleg per maand | € 621 | € 1.081 |
| Verschil per maand | Het is € 460 per maand goedkoper om te pensioenbeleggen | |
| Belastingvoordeel nu | Ja, aftrek in box 1 binnen jaarruimte | Nee |
| Belast tijdens opbouw | Nee | Ja, in dit voorbeeld is box 3-heffing verwerkt als lager effectief rendement |
| Geld tussentijds opnemen | Nee, geld staat vast tot uw AOW-leeftijd* | Ja, vrij beschikbaar |
| Belast bij uitkering | Ja, u betaalt inkomstenbelasting over de uitkeringen | Nee, niet bij uitkering; wel mogelijk jaarlijks box 3-heffing tijdens de opbouw |
*Het is mogelijk om de waarde eerder op te nemen van de pensioenrekening door de waarde af te kopen. Daar zitten fiscale gevolgen aan.
De Dikke Disclaimer: Dit is geen advies. Dit is een rekenvoorbeeld op basis van vaste aannames: een leeftijd van 40 jaar, een AOW-leeftijd van 68 jaar, een inkomen van € 80.000, geen pensioenopbouw via een werkgever, een verwacht pensioeninkomen van € 15.000, een gewenste netto aanvulling van € 2.000 per maand, een benodigd netto eindkapitaal van ongeveer € 480.000, een verwacht rendement van 4,30% per jaar en de manier waarop vermogen wordt opgebouwd. Voor pensioenbeleggen is ervan uitgegaan dat er fiscale ruimte is om in te leggen in box 1. In dit voorbeeld is ervan uitgegaan dat box 3-vermogensrendementsheffing wordt betaald vanuit het geld op de beleggingsrekening. Daardoor daalt het effectieve rendement van beleggen in box 3 naar 2,1256% per jaar. De uitkomst is indicatief. De werkelijke situatie kan anders uitpakken, bijvoorbeeld door veranderingen in rendement, kosten, belastingregels of persoonlijke situatie. Beleggen brengt risico’s met zich mee. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen. Deze informatie is algemeen en geen financieel, fiscaal of juridisch advies.
Spelregels
Pensioenbeleggen kent fiscale voordelen, maar ook duidelijke spelregels.Voordelen
- Jaarruimte verrekenen bij belastingaangifte tegen huidige box 1-tarief. Hierdoor kunt u tussen de 35,75% en 49,50% verrekenen met uw belastbaar inkomen.
- Gericht pensioen opbouwen. U kunt het geld niet zomaar opnemen, waardoor de verleiding om het tussentijds uit te geven minder groot is.
- Vrijgesteld van vermogensbelasting in box 3.
Nadelen
- U betaalt later bij de uitkering wel inkomstenbelasting. Maar mogelijk tegen een lager box 1-tarief, omdat het belastingpercentage in de eerste belastingschijf lager is voor AOW’ers.
- Niet onbeperkt storten, jaar- en reserveringsruimte zijn gelimiteerd. Beiden zijn afhankelijk van uw inkomen, pensioenopbouw in de tweede pijler en hoeveel u in een jaar al heeft gestort.
- Geld staat vast tot pensionering. U moet later een lijfrente-uitkering aankopen die gebonden is aan bepaalde regels. U kunt het geld niet zomaar opnemen.
Benieuwd wat dit in uw situatie kan betekenen? Met een Persoonlijk Pensioenplan krijgt u een grondige analyse van uw pensioen en bespreken we samen met u (en eventueel uw partner) de uitkomst.
