De spelregels van de lijfrente-uitkering

De Belastingdienst stelt regels aan uw lijfrente-uitkering. Welke regels voor u gelden, hangt af van uw situatie. Deze regels gelden per polis of rekening. Boekt u een lijfrentepolis of -rekening van een andere aanbieder naar ons over? Dan controleren wij vooraf of uw uitkering binnen de fiscale regels past.

Kies eerst de situatie die op u van toepassing is

Let op: met startdatum bedoelen we de datum waarop uw lijfrente-uitkering ingaat. Dat is niet dezelfde datum als waarop u de eerste betaling ontvangt.

Situatie 1: U heeft alleen lijfrentekapitaal opgebouwd vanaf
1 januari 2014

De startdatum van uw lijfrente-uitkering: ligt vóór het jaar waarin u voor het eerst AOW ontvangt ligt in het jaar waarin u voor het eerst AOW ontvangt tot uiterlijk in het zesde jaar ná uw AOW-leeftijd*
Waar moet u rekening mee houden? 1. De minimale duur van uw lijfrente-uitkering is 20 jaar + het aantal jaren tot uw AOW-leeftijd. De maximale duur is 30 jaar. Dat betekent dat uw lijfrente-uitkering op zijn vroegst tien jaar vóór uw AOW-leeftijd kan ingaan. 1. De minimale duur van uw lijfrente-uitkering is vijf jaar. Is de bruto-uitkering per jaar hoger dan € 27.192? Dan wordt de minimale looptijd langer, zodat de bruto-uitkering per jaar onder dit maximum blijft.
2. Vanaf een looptijd van 20 jaar geldt de maximale bruto-uitkering per jaar niet meer. U kunt dan bijvoorbeeld een bruto-uitkering per jaar hebben van € 30.000.

*De eerste uitkering moet ontvangen zijn vóór 31 december van het zesde kalenderjaar ná het bereiken van de AOW-leeftijd.

Situatie 2: U heeft alleen lijfrentekapitaal opgebouwd vóór 1 januari 2014 en niet meer daarna

De startdatum van uw lijfrente-uitkering: ligt vóór het jaar waarin u 65 wordt De startdatum ligt in het jaar waarin u 65 wordt tot uiterlijk in het zesde jaar ná uw AOW-leeftijd*
Waar moet u rekening mee houden? 1. De minimale duur van uw lijfrente-uitkering is 20 jaar + het aantal jaren tot uw AOW-leeftijd. De maximale duur is 30 jaar. Dat betekent dat uw lijfrente-uitkering op zijn vroegst tien jaar vóór uw AOW-leeftijd kan ingaan. 1. De minimale duur van uw lijfrente-uitkering is vijf jaar. Is de bruto-uitkering per jaar hoger dan € 27.192? Dan wordt de minimale looptijd langer, zodat de bruto-uitkering per jaar onder dit maximum blijft.
2. Vanaf een looptijd van 20 jaar geldt de maximale bruto-uitkering per jaar niet meer. U kunt dan bijvoorbeeld een bruto-uitkering per jaar hebben van € 30.000.

*De eerste uitkering moet ontvangen zijn vóór 31 december van het zesde kalenderjaar ná het bereiken van de AOW-leeftijd.

Situatie 3: U heeft zowel vóór als ná 1 januari 2014 lijfrentekapitaal opgebouwd op uw oude lijfrenterekening of -polis

De startdatum van uw lijfrente-uitkering: ligt vóór het jaar waarin u 65 wordt ligt in het jaar waarin u 65 wordt tot uiterlijk het jaar waarin u voor het eerst AOW ontvangt ligt in het jaar waarin u voor het eerst AOW ontvangt tot uiterlijk in het zesde jaar ná uw AOW-leeftijd*
Waar moet u rekening mee houden? 1. De minimale duur van uw lijfrente-uitkering is 20 jaar + het aantal jaren tot uw AOW-leeftijd. De maximale duur is 30 jaar. Dat betekent dat uw lijfrente-uitkering op zijn vroegst tien jaar vóór uw AOW-leeftijd kan ingaan. 1. De minimale duur van uw lijfrente-uitkering is vijf jaar. Is de bruto-uitkering per jaar hoger dan € 27.192? Dan wordt de minimale looptijd langer, zodat de bruto-uitkering per jaar onder dit maximum blijft. 1. De minimale duur van uw lijfrente-uitkering is vijf jaar. Is de bruto-uitkering per jaar hoger dan € 27.192? Dan wordt de minimale looptijd langer, zodat de bruto-uitkering per jaar onder dit maximum blijft.
2. Vanaf een looptijd van 20 jaar geldt de maximale bruto-uitkering per jaar niet meer. U kunt dan bijvoorbeeld een bruto-uitkering per jaar hebben van € 30.000. 2. Vanaf een looptijd van 20 jaar geldt de maximale bruto-uitkering per jaar niet meer. U kunt dan bijvoorbeeld een bruto-uitkering per jaar hebben van € 30.000.
3. Voor het geld dat u vanaf 1 januari 2014 heeft opgebouwd is de minimale duur van alle betalingen twintig jaar + het aantal jaren tot uw AOW-leeftijd.

*De eerste uitkering moet ontvangen zijn vóór 31 december van het zesde kalenderjaar ná het bereiken van de AOW-leeftijd.

Let op: U kunt in deze situatie ook kiezen voor twee aparte uitkeringen. Bijvoorbeeld één uitkering voor het kapitaal dat u tot en met 31 december 2013 heeft opgebouwd, en een aparte uitkering voor het kapitaal dat u daarna heeft opgebouwd.

Scroll naar boven