Wie naar de beurs kijkt, ziet vaak dezelfde namen terugkomen: NVIDIA, Apple, Microsoft, Amazon, Alphabet, Tesla en Meta. Samen worden ze vaak de ‘Magnificent Seven’ genoemd.
Ook in breed gespreide aandelenindexen tellen deze grote namen vaak zwaar mee. Want breed gespreid betekent niet dat elk aandeel evenveel invloed heeft.
In een marktgewogen index wegen de grootste aandelen het zwaarst. Daardoor kan een klein groepje aandelen een groot deel van de index vertegenwoordigen. Daar is niet iedereen altijd even gerust op. In dit blog kijken we daarom naar de geschiedenis. Wat blijkt? De weging van de grootste aandelen beweegt in golven. En de namen aan de top veranderen mee.
In dit blog kijken we niet alleen naar de Magnificent Seven, maar breder naar de tien grootste aandelen in een index. Zo krijgt u beter zicht op hoeveel invloed de grootste beursnamen samen hebben.
Wat bedoelen we met toptienweging?
De toptienweging is het gezamenlijke gewicht van de tien grootste aandelen in een index. Simpel gezegd: is de toptienweging 40%, dan vertegenwoordigen die tien aandelen samen 40% van de index.
Dat komt door marktweging. Een marktgewogen index geeft aandelen een gewicht op basis van hun beurswaarde. Bij veel grote indices wordt daarbij gekeken naar de vrij verhandelbare beurswaarde. Dat is het deel van de aandelen dat vrij op de beurs kan worden gekocht en verkocht.
Een aandeel met een grote vrij verhandelbare beurswaarde krijgt dus meer gewicht dan een aandeel met een kleine beurswaarde. Daardoor beweegt de index sterker mee met de grootste posities.
Hoe krijgt een aandeel een groter indexgewicht? Vooral als de beurswaarde harder groeit dan die van de rest van de index. Meestal gebeurt dat doordat de koers harder stijgt. Maar ook aandeleninkoop (dus als een bedrijf eigen aandelen van de markt haalt), aandelenuitgifte, veranderingen in het vrij verhandelbare deel van de aandelen, fusies, splitsingen, overnames en veranderingen in de samenstelling van de index kunnen meespelen.
Vroeger was alles beter, toch?
Wanneer een klein groepje aandelen een groot deel van de index vertegenwoordigt, worden er weleens vraagtekens gezet bij de spreiding van die index. Recentelijk is die vraag opnieuw naar voren gekomen. Vooral door de opkomst van kunstmatige intelligentie en de sterke stijging, als gevolg daarvan, van een paar grote technologieaandelen. Maar was dat vroeger anders?
Laten we even kijken naar de S&P 500. Dat is een bekende Amerikaanse aandelenindex met de vijfhonderd grootste beursgenoteerde Amerikaanse ondernemingen. Deze index wordt vaak gebruikt als graadmeter voor grote Amerikaanse aandelen.
De S&P 500 bestaat langer dan veel wereldwijd gespreide aandelenindexen, zoals de MSCI World Index. Daardoor kunnen we verder terug in de geschiedenis kijken.
In onderstaande grafiek ziet u de weging van de tien grootste aandelen in de S&P 500 per kwartaal, van juni 1965 tot en met juni 2026.
In de grafiek ziet u dat de concentratie zo’n zestig jaar geleden ook hoog was. Toen was de toptienweging ook 38% à 40%. Daarna daalde het gewicht van de grootste tien aandelen juist flink, waarna de toptienweging in golven op en neer ging. Soms nam de concentratie af. Soms liep die weer op.
Sinds 2015 is de toptienweging opnieuw sterk gestegen. Dat maakt de huidige situatie opvallend, maar niet helemaal nieuw.
In een wereldindex is de top minder dominant dan in de S&P 500
De S&P 500 gaat alleen over Amerikaanse aandelen. Dat is belangrijk om erbij te zeggen. Wie wereldwijd belegt, spreidt niet alleen over meer aandelen, maar ook over meerdere landen en regio’s.
Dat ziet u terug in de toptienweging. Belegt u bijvoorbeeld in het BND Wereld Indexfonds Hedged of het BND Wereld Indexfonds Unhedged, dan is de toptienweging lager dan in de S&P 500. Per juni 2026 is de toptienweging in het BND Wereld Indexfonds Hedged en – Unhedged namelijk 26,94% in plaats van de 37,21% in de S&P 500.
Ook in een wereldwijd gespreide index wegen de grootste aandelen zwaarder mee. NVIDIA, Apple, Microsoft, Amazon en Alphabet behoren ook daar tot de grootste posities. Maar doordat er meer landen, regio’s en sectoren meedoen, is de top minder dominant dan in een puur Amerikaanse index.
Dat is de nuance. Wereldwijd spreiden betekent niet dat grote Amerikaanse technologiebedrijven opeens onbelangrijk zijn. Het betekent wel dat u minder afhankelijk bent van alleen de Amerikaanse markt. De grootste Amerikaanse aandelen blijven belangrijk, maar ze bepalen een kleiner deel van het geheel dan in een puur Amerikaanse index.
Toen gigantisch, en nu?
In 1965 behoorden namen als AT&T en General Motors tot de reuzen van de beurs. Het aandeel AT&T woog ruim 9% in de S&P 500. General Motors woog ruim 7%. Destijds waren zij gigantisch. Net zoals NVIDIA, Apple en Microsoft nu voor veel beleggers als reuzen aanvoelen.
Maar met de tijd hebben veel oude giganten plaatsgemaakt voor nieuwe namen. Sommige bedrijven verdwenen uit de index. Andere gingen op in andere bedrijven. Weer andere bestaan nog steeds, maar hebben een veel lager gewicht dan toen.
De top tien van juni 1965 bestond uit verschillende sectoren, zoals telecom, auto’s, olie, chemie, retail en industrie. Dat waren toen dominante sectoren. Maar de economie ontwikkelde zich. Nieuwe sectoren kwamen op. Nieuwe winnaars ontstonden. En de index veranderde mee.
Dat is misschien wel de belangrijkste les uit de grafiek: de grootste aandelen van het ene tijdperk zijn niet automatisch de grootste aandelen van het volgende tijdperk.
Dit is typisch indexbeleggen
Een marktgewogen aandelenindex past zich grotendeels vanzelf aan. Als de beurswaarde van een aandeel relatief hard stijgt, groeit het gewicht in de index mee. Als een aandeel achterblijft bij de rest van de index, zakt het gewicht. Daarvoor hoeft de index niet steeds actief te voorspellen welk aandeel de winnaar wordt. De weging verandert voor een groot deel doordat koersen en beurswaarden veranderen.
Als de beurswaarde van de huidige reuzen relatief achterblijft bij de rest van de index, daalt hun gewicht vanzelf. Toekomstige leiders kunnen nu al met een klein gewicht in de index zitten. Een marktgewogen aanpak doet vanaf het begin een beetje mee met hun groei. En als ze relatief beter presteren, krijgen ze later vanzelf meer gewicht. Dat is de nuchtere kracht van indexbeleggen.
Zo werkt het ook bij Brand New Day. In onze aandelenfondsen belegt u niet in losse aandelen, maar gespreid via een fonds dat veel aandelen volgt.
Dat betekent niet dat elk aandeel evenveel invloed heeft. Het betekent wel dat u niet zelf hoeft te raden welke aandelen de winnaars van de komende decennia worden. U doet breed gespreid mee met de markt, tegen lage kosten. Dat klinkt misschien saai. Maar bij beleggen voor later is eenvoud vaak juist een voordeel.
De risico’s van beleggen
Risicoloos beleggen bestaat natuurlijk niet en u kunt een deel van uw inleg verliezen. Lees meer over de risico’s en hoe u die kunt beperken.
