Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de plannen voor 2027. Wat betekenen deze plannen voor uw pensioen, vermogen, belastingen en koopkracht? We zetten de belangrijkste punten voor u op een rij en leggen uit wat u zelf met deze informatie kunt doen.
De plannen zijn nog niet definitief. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer moeten er eerst over stemmen.
- Pensioen: het maximale inkomen waarover u fiscaal voordelig pensioen kunt opbouwen, blijft tot en met 2032 € 137.800.
- AOW: het plan om de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller te laten stijgen, gaat niet door.
- Box 3: in 2027 blijft het huidige stelsel van kracht. Bij de Voorjaarsnota wordt meer duidelijkheid verwacht over hoe het nieuwe stelsel er vanaf 2028 uitziet.
- Koopkracht: de koopkracht van een doorsnee huishouden daalt in 2027 naar verwachting met 0,1%.
- Inkomstenbelasting: de belastingschijven en heffingskortingen worden in 2027 niet volledig aangepast aan de inflatie.
In het kort
De pensioenruimte voor de hoogste inkomens groeit niet mee
Het kabinet wil de zogenoemde aftoppingsgrens tot en met 2032 op € 137.800 houden. Dit is het maximale inkomen dat meetelt voor fiscaal voordelige pensioenopbouw via een werkgever en voor de berekening van uw jaarruimte.
De meeste mensen merken hier niets van. De maatregel is alleen relevant voor mensen met een inkomen rond of boven € 137.800. Naar schatting gaat het om zo’n 280.000 mensen die in 2027 minder pensioen op kunnen bouwen met fiscaal voordeel; in 2032 zijn dat er naar schatting 790.000. Stijgt uw inkomen terwijl de grens gelijk blijft? Dan kan een groter deel van uw inkomen niet meer meetellen voor fiscaal voordelige pensioenopbouw.
Wat dit voor uw jaarruimte betekent, hangt af van uw persoonlijke situatie. Bereken uw jaarruimte daarom ieder jaar opnieuw in MijnBND. Daar houden we automatisch rekening met wat u dat jaar al op uw pensioenrekening heeft gestort. En ziet u direct hoeveel u nog binnen uw jaarruimte kunt storten.
Wilt u meer opbouwen dan binnen uw jaarruimte mogelijk is of wilt u vrij over uw geld kunnen beschikken? Dan kunt u ook vermogen opbouwen via een gewone spaar- of beleggingsrekening.
De AOW-leeftijd gaat niet versneld omhoog
In het begin dit jaar gepresenteerde coalitieakkoord stond nog dat het kabinet de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller wilde laten meestijgen met de levensverwachting. Als de levensverwachting met een jaar zou toenemen, zou de AOW-leeftijd ook met een jaar omhooggaan. Maar het hele plan ging ook weer van tafel. De Prinsjesdag plannen bevestigen dit opnieuw. Wie al aftelt tot zijn pensioen, hoeft er voorlopig geen extra streepjes bij te zetten.
De AOW-leeftijd blijft wel gekoppeld aan de levensverwachting. Volgens de huidige regels stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden als de levensverwachting met een jaar toeneemt. Het schrappen van de extra verhoging betekent dus niet dat de AOW-leeftijd helemaal niet meer kan stijgen.
Wilt u toch eerder met pensioen? Denk dan na over een potje in box 3 (zonder pensioenvoorwaarden) om het gat tussen de gewenste pensioenleeftijd en AOW-leeftijd te overbruggen. Meer weten?
Box 3: belasting over sparen en beleggen
In 2027 blijft het huidige stelsel voor box 3 sowieso bestaan. De Belastingdienst rekent met vaste rendementspercentages voor spaargeld, beleggingen en schulden.
Het belastingtarief over box 3 bedraagt in 2027 36% en het heffingsvrije vermogen is € 60.098 per persoon. Voor fiscale partners is dat samen € 120.196.
Is uw werkelijke rendement lager dan het rendement waarmee de Belastingdienst rekent? Dan kunt u met de tegenbewijsregeling uw werkelijke rendement doorgeven. De Belastingdienst berekent uw belasting dan met het lagere, werkelijke rendement.
Hoe box 3 er vanaf 2028 precies uitziet, is nog onzeker. Er ligt een wetsvoorstel om het werkelijke rendement te belasten, waaronder voor veel beleggingen ook de jaarlijkse waardestijging of -daling. Het kabinet wil op termijn liever belasting heffen over de winst bij verkoop. Hoe dit precies moet werken, wordt nog onderzocht.
Heeft u jaarruimte? Dan kunt u overwegen een deel van uw vermogen te storten op een pensioenrekening. Het bedrag op deze rekening valt niet in box 3, waardoor u geen vermogensrendementsheffing betaalt, en u kunt mogelijk een deel van uw inleg terugkrijgen. Het geld staat daarna wel vast tot uw pensioen en over de uitkeringen betaalt u later inkomstenbelasting. En die is in de eerste schijf een stuk lager voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt.
Wat gebeurt er met uw koopkracht?
Het kabinet trekt zo’n € 1,5 miljard uit voor maatregelen die de koopkracht moeten stimuleren. Volgens de raming van het Centraal Planbureau daalt de koopkracht van een doorsnee huishouden in 2027 met 0,1%.
Dat betekent niet dat iedereen erop achteruitgaat. De verwachte ontwikkeling verschilt per groep:
- Werkenden: -0,2%
- Gepensioneerden: +0,3%
- Uitkeringsgerechtigden: -0,1%
- Gezinnen met kinderen: -0,1%
Dit zijn mediane cijfers. Dat betekent dat de helft van de huishoudens binnen een groep een gunstigere koopkrachtontwikkeling heeft en de andere helft een minder gunstige. Hoe uw koopkracht zich ontwikkelt, hangt af van uw persoonlijke situatie.
Inkomstenbelasting: belastingschijven en heffingskortingen stijgen niet volledig mee
De belastingschijven en verschillende heffingskortingen worden in 2027 niet volledig aangepast aan de inflatie. Daardoor kan een groter deel van uw inkomen eerder in een hogere belastingschijf vallen. Stijgt uw inkomen wel mee met de inflatie? Dan betaalt u meer inkomstenbelasting dan wanneer de belastingschijven en heffingskortingen volledig waren aangepast. Hoeveel verschil dit maakt, hangt af van uw inkomen en persoonlijke situatie.
Meer weten over wat de Prinsjesdagplannen voor uw situatie betekenen of heeft u een andere vraag? Plan dan een belafspraak in wanneer het u uitkomt.
De risico’s van beleggen
Risicoloos beleggen bestaat natuurlijk niet en u kunt een deel van uw inleg verliezen. Lees meer over de risico’s en hoe u die kunt beperken.
