Leveren duurzame fondsen minder rendement op?

Wat betekent het coalitieakkoord voor uw financiële situatie?

Eind januari presenteerden D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord voor 2026-2030. Deze plannen zijn nog geen zekerheid, want daarvoor is eerst voldoende steun uit de Tweede en Eerste Kamer nodig. Wij zetten de belangrijkste punten toch alvast voor u op een rij, om u te helpen begrijpen wat dit voor u kan betekenen.

AOW-leeftijd gekoppeld aan levensverwachting

In het akkoord is afgesproken dat de AOW-leeftijd vanaf 1 januari 2033 direct meebeweegt met de levensverwachting. Dat betekent dat de AOW-leeftijd gelijk meestijgt als mensen gemiddeld ouder worden. Hoe hoog de levensverwachting in de toekomst precies zal zijn, valt niet met zekerheid te zeggen. Wel is de verwachting dat jongere generaties hierdoor later AOW krijgen. Voor hen kan de AOW-leeftijd richting 2060 oplopen tot boven de 70 jaar.

Wat betekent dit voor u?

Een hogere AOW-leeftijd kan invloed hebben op uw financiële planning. Als u uw AOW-uitkering later krijgt, kunt u ook pas later beginnen met het ontvangen van uw lijfrente. Dit kan betekenen dat u langer moet doorwerken of een langere periode moet overbruggen tussen stoppen met werken en de start van uw AOW. U heeft meer tijd om vermogen op te bouwen, maar moet ook langer wachten voordat uw pensioeninkomen begint. Interesse om al eerder van uw pensioen te kunnen genieten? In ons blog leggen wij de mogelijkheden uit en laten we zien wat u daarvoor nodig heeft.

Bevriezing van de aftoppingsgrens voor pensioenopbouw

In het coalitieakkoord staat dat het maximale inkomen waarover fiscaal voordelig pensioen kan worden opgebouwd vanaf 2027 zes jaar lang wordt vastgezet op € 137.800. Dit bedrag is gelijk aan de grens van 2026. Doordat de grens niet meegroeit met lonen of inflatie, neemt de fiscale ruimte voor pensioenopbouw bij stijgende inkomens af.

Wat betekent dit voor u?

Verdient u (ruim) onder de inkomensgrens van € 137.800? Dan heeft deze maatregel waarschijnlijk weinig tot geen effect op uw pensioenopbouw.

Verdient u rond of boven de inkomensgrens? Dan kan de jaarruimte, de ruimte om fiscaal voordelig pensioen op te bouwen, de komende jaren kleiner worden. Dat betekent dat u mogelijk minder aanvullend pensioen kan opbouwen en dat uw totale pensioeninkomen lager uitvalt dan verwacht. Het benutten van de niet gebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar, de reserveringsruimte, kan hulp bieden om dit op te vangen.

Box 3 ontwikkelingen

Het kabinet wil box 3 verder aanpassen, zodat belasting wordt geheven over het werkelijke rendement op vermogen. Daarmee wil het kabinet af van het huidige systeem met fictieve rendementen. In het coalitieakkoord staat dat het nieuwe box 3-stelsel verder wordt doorontwikkeld richting een vermogenswinstsystematiek. Hoe dit stelsel er precies uit komt te zien, is op dit moment nog niet bekend.

Het uitgangspunt van het nieuwe systeem is dat belasting wordt geheven over het rendement dat u daadwerkelijk behaalt, zoals rente, dividend en koersstijgingen. Hoe en wanneer deze waardeveranderingen precies worden belast, bijvoorbeeld jaarlijks of bij verkoop, moet nog worden uitgewerkt.

Wat betekent dit voor u?

Als dit plan wordt ingevoerd, kan het betekenen dat u geen belasting meer betaalt over rendement dat u alleen op papier heeft, maar dat nog niet daadwerkelijk is gerealiseerd. Dat kan gunstig zijn als u uw vermogen voor de lange termijn belegt en tussentijds weinig wijzigingen aanbrengt. Tegelijkertijd kan de belastingheffing beter aansluiten bij de daadwerkelijke ontwikkeling van uw vermogen, ten opzichte van het huidige systeem dat werkt met vaste aannames.

Daar staat tegenover dat bij bepaalde vormen van belastingheffing over vermogenswinst de afrekening kan plaatsvinden op een later moment, bijvoorbeeld bij verkoop. Dit kan leiden tot een hogere belastingaanslag in één keer, waarvoor u tot het moment van afrekening geld moet reserveren. Hoe dit uitpakt bij tussentijdse aanpassingen binnen een portefeuille, zoals bij een switch- of herbalanceringsopdracht, hangt af van de uiteindelijke vormgeving van het nieuwe stelsel.

Vrijheidsbijdrage

De ‘vrijheidsbijdrage’ is een nieuwe maatregel waarmee het kabinet extra inkomsten wil ophalen voor veiligheid en defensie. Het gaat niet om een aparte belasting, maar om een verhoging van de bestaande belastingdruk voor zowel burgers als bedrijven.

Voor burgers wordt de vrijheidsbijdrage belast door de belastingschijven in box 1 in 2027 en 2028 minder te verhogen dan normaal. Als uw loon stijgt, kan uw inkomen sneller in een hogere belastingschijf terechtkomen. U betaalt in dat geval meer belasting. De vrijheidsbijdrage is dus niet vrijwillig, maar wordt automatisch via het belastingstelsel doorbelast.

Ook bedrijven betalen mee. Zij gaan een hogere Aof-premie betalen. Dit is de verplichte werkgeverspremie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds, die wordt afgedragen via de loonheffingen.

Arbeidsmarkt en sociale zekerheid

Het belasting- en toeslagenstelsel wordt mogelijk herzien. Een onderdeel daarvan is het beperken van de heffingskortingen. Hierdoor neemt de belastingdruk voor werkenden toe.

Daarnaast wil het kabinet doorgaan met de invoering van bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders. Een ander plan is om de kinderbijslag en kindgebonden budget samen te voegen tot één kindregeling. Deze regeling betekent een hoger vast bedrag en een lager inkomensafhankelijk deel.

De maximale duur van de WW-uitkering wordt verkort van 24 naar 12 maanden. Ook worden de voorwaarden om WW op te bouwen en te gebruiken strenger. Daar staat tegenover dat de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd wordt naar 80%, dat is nu 75%.

Voor nieuwe gevallen wordt de IVA-uitkering afgeschaft. Bestaande IVA-gerechtigden behouden hun recht. De IVA is bedoeld voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en vrijwel niet meer kunnen werken. In de toekomst vallen nieuwe gevallen onder andere regelingen binnen de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Tot slot wordt het eigen risico in de zorg per 2027 verhoogd met € 60. Tegelijk wil het kabinet het eigen risico per behandeling maximeren op € 150. Dit voorkomt dat u in één keer het volledige eigen risico moet betalen bij één behandeling.

De plannen zijn nog niet definitief en kunnen nog veranderen. Wel is duidelijk dat verschillende maatregelen leiden tot minder collectieve zekerheid en meer individuele verantwoordelijkheid. Hierdoor kan het risico van financiële tegenvallers vaker bij burgers zelf komen te liggen. Het aanhouden van een eigen financiële buffer wordt daarmee belangrijker. Met een vrij besteedbaar vermogen kunt u onverwachte kosten opvangen of periodes overbruggen waarin het inkomen lager uitvalt. Bij Brand New Day kunt u naast pensioenopbouw ook vermogen opbouwen via vrij opneembare spaarrekeningen en beleggingsrekeningen. Deze rekeningen zijn bedoeld voor andere doelen dan pensioen, zoals het opbouwen van een buffer of het creëren van financiële ruimte om eerder met pensioen te gaan.

De risico’s van beleggen

Risicoloos beleggen bestaat natuurlijk niet en u kunt een deel van uw inleg verliezen. Lees meer over de risico’s en hoe u die kunt beperken.
Scroll naar boven
Naam
Gelden voor u een of meer van deze dieetbeperkingen
Selecteer alles wat van toepassing is.